Home Alles over Rusland Rusland algemene landinfo Geschiedenis Opvolgers van Peter de Grote
« < dec 2014 > »
Ma Di Wo Do Vr Za Zo
1 2 3 4 5 6 7
8 9 10 11 12 13 14
15 16 17 18 19 20 21
22 23 24 25 26 27 28
29 30 31 1 2 3 4

Opvolgers van Peter de Grote | Afdrukken |  E-mailadres
2.3/5 (21 stemmen)

Anna van Rusland
Anna Ivanovna  was de nicht van tsaar Peter de Grote. Zij werd na de dood van haar echtgenoot Frederik Willem Kettler in 1711 hertogin van Koerland en Semgallen en was van 1730 tot 1740 tsarina van Rusland.
Toen Peter de Grote in 1725 gestorven was brak er een periode aan van frequente troonwisselingen aan: Catharina I, zijn vrouw, en Peter II, de kleinzoon van Peter de Grote en zijn eerste vrouw Eudoxia Lopoechina, stierven kort na elkaar en vervolgens moest er een troonopvolger gekozen worden uit de vrouwelijke lijn van de Romanovs. Met Peter II, die kinderloos was - hij werd slechts 15 jaar - eindigde de afstamming in de mannelijke lijn en hij had geen opvolger aangewezen. Sinds januari 1726, na de dood van Peter I, kende Rusland de Opperste Geheime Raad bestaande uit 6 leden die feitelijk leiding gaven aan het land en ook decreten konden uitvaardigen. Daarbij ontnamen ze binnen een maand de Senaat, die door Peter I was ingesteld, alle leidinggevende taken.

Drie van deze leden, Aleksandr Mensjikov, Heinrich Johann Friedrich Ostermann en prins Dmitri Golitsyn, verkregen steeds meer macht gedurende de daaropvolgende jaren, alhoewel Mensjikov in 1727 door de adellijke families Golitsyn en Dolgoroekov verbannen werd, omdat hij te veel macht wilde. De Opperste Geheime Raad hield na de dood van Peter II een beraad over de vraag wie hem zou moeten opvolgen. Een dochter van Peter de Grote, Elisabeth, wezen ze al dadelijk af, omdat de Dolgoroekovfamilie geen afstammeling van Peter de Grote op de troon wilde hebben; dit zou hun privileges hebben aangetast. Ze wezen ook de oudste dochter van Peter I's halfbroer ex-tsaar Ivan V, Catharina van Mecklenburg, af, omdat die met een Duitser was getrouwd en kozen in plaats daarvan Ivans tweede dochter Anna Ivanovna, die toen regeerde over Koerland. Ze stelden een lijst met acht eisen op die zij moest ondertekenen en die hun macht waarborgde en ze moest beloven haar geliefde Ernst Johann von Biron niet mee te nemen naar Rusland. Anna accepteerde en kwam vervolgens naar Sint-Petersburg in januari 1730.
Maar toen Anna in 1730 keizerin van Rusland werd, ging Biron met haar mee en werd door haar met ereambten overladen, zodat hij spoedig de eigenlijke regering met zijn helpers M√ľnnich en Ostermann in handen had. Tijdens zijn verblijf was zijn invloed over Anna overduidelijk. In november 1740 stierf tsarina Anna; Biron had ervoor gezorgd dat hijzelf werd aangesteld als regent zolang Ivan VI, neef van Anna, nog kind was. Zijn rivaal Von M√ľnnich zorgde er echter voor dat hij al na drie weken van die functie werd ontheven en door een tribunaal ter dood werd veroordeeld. Dit vonnis werd echter niet voltrokken, maar hij werd verbannen naar een dorpje in Siberi√ę, waar vandaan hij een jaar later reeds mocht terugkeren, toen Elisabeth I, de dochter van Peter de Grote, door een revolutie Ivan VI en zijn regente Anna Leopoldovna liet afzetten om zelf de macht te verkrijgen.
Ivan VI Antonovitsj
Ivan VI Antonovitsj was van 1740 tot 1741 tsaar van Rusland. Hij was nog maar een kind toen hij zijn oudtante Anna Ivanovna in 1740 opvolgde als tsaar, en kreeg dus een raad van regenten naast zich. Ivan VI werd gekozen in plaats van Elisabeth hoewel eigenlijk zij, de dochter van Peter de Grote en Catharina I, de troon zou horen te bestijgen. Dit was echter tegengegaan door de regerende adel onder leiding van de Dolgoroekovfamilie, die een hekel hadden aan alles wat aan Peter de Grote herinnerde. Ivan VI was kerngezond en was een obstakel voor Elisabeth. Daarom zette zij samen met een aantal vrienden en haar toekomstige man met behulp van de paleiswacht Ivan af en liet hem gevangennemen. Omdat hij teveel macht kreeg, werd hij in 1756 opgesloten in fort Schlusselburg, waar hij in 1764 werd vermoord.
Elisabeth van Rusland
Elisabeth Petrovna was van 1741 tot 1761 tsarina van Rusland. Elisabeth stond in Rusland bekend als de dochter van de kok, omdat haar ouders Peter de Grote en Catharina I officieel nog niet waren getrouwd, toen ze geboren werd. Peter de Grote probeerde Elisabeth uit te huwelijken, o.a. aan Lodewijk XV van Frankrijk, hetgeen mislukte vanwege haar onwettige status en haar geloof. Na de dood van haar moeder, een analfabeet, die zij hielp bij het lezen van staatsstukken, was zij de gunsteling van Peter II. Na zijn dood in 1730 werd tot haar ergernis haar nicht Anna I zijn opvolger.
Omdat zij nog niet was gehuwd, en ettelijke kandidaten had afgewezen, dreigde men haar in een klooster op te sluiten. Dit schrikbeeld gaf Elisabeth de energie om een staatsgreep te organiseren, die geruisloos verliep.
Elisabeth voerde een verlichte politiek: de doodstraf werd - vooruitlopend op de rest van Europa - afgeschaft. Tijdens haar regering werd door de lijfeigene Michail Lomonosov de eerste Russische universiteit geopend. Zij haalde in 1757 Voltaire naar het hof om een boek te schrijven over haar vader. Onder het bewind van Elisabeth, was het Russische hof het mooiste in heel Europa. Buitenlanders waren verbaasd over de enorme luxe van de weelderige ballen en feesten. De tsarina verhief zich met haar vaardigheden als danseres en droeg de meest prachtige jurken. Ze gaf decreten af betreffende de stijlen van jurken en decoraties die gedragen moesten worden door hovelingen. Niemand mocht hetzelfde kapsel hebben als de tsarina. Elisabeth was in het bezit van vijftienduizend baljurken en jassen, enkele duizenden paar schoenen en een onbeperkt aantal zijden kousen. Ondanks haar liefde voor het hof, was Elisabeth diep religieus. Ze bezocht kloosters en kerken en bracht uren door in de kerk. Wanneer er aan haar gevraagd werd een verklaring te ondertekenen wat te maken had met de kerk zei ze: "Doe wat u wil na mijn dood, ik zal dit niet ondertekenen."
Elisabeth voerde een anti-Zweedse en anti-Pruisische politiek. Als een ongetrouwde en kinderloze keizerin, was het absoluut noodzakelijk dat Elisabeth op zoek ging naar een rechtmatige erfgenaam, om te zorgen dat de Romanov-dynastie, doorgezet kon worden. Ze koos uiteindelijk voor haar neefje, Peter van Holstein-Gottorp. Elisabeth was zich er maar al te goed van bewust, dat de afgezette tsaar Ivan VI, die ze had opgesloten in het Schlusselburg Fort en volledig eenzaam was in zijn opsluiting, een bedreiging was voor haar troon. Elisabeth vreesde voor een staatsgreep in zijn voordeel en besloot over te gaan tot de vernietiging van alle documenten, munten of iets anders dat in beelden of documenten bestond waarin werd gesproken over Ivan. Elisabeth heeft gezegd dat als hij mocht ontsnappen of daar een poging toe hebben gedaan dat hij meteen vermoord moest worden. Onder tsarina Catharina II probeerde Ivan een poging tot ontsnappen, vlak daarna werd hij vermoord op 16 juli 1764, twee jaar na het bestijgen van de troon door Catharina de Grote, hij werd in het geheim begraven in het kasteel. De jonge erfgenaam Peter had zijn moeder, de zuster van Elisabeth Anna, op jonge leeftijd verloren toen hij enkel drie maanden oud was. Peter verloor zijn vader toen hij elf jaar was. Elisabeth nodigde haar jonge neefje uit in Sint-Petersburg waar hij werd ontvangen in de orthodoxe kerk en hij werd op 7 november 1742 officieel tot erfgenaam benoemd. Hij kreeg meteen op bevel van Elisabeth Russische leraren. Elisabeth was gelukkig nu zij de dynastie had veilig gesteld, vlak na de benoeming van Peter tot erfgenaam ging Elisabeth op zoek naar een geschikte vrouw voor hem. De tsarina zette haar zinnen op prinses Sophie Augusta van Anhalt-Zerbst, om de vrouw te worden van haar neef. Op de dag van haar bekering tot de Russisch Orthodoxe Kerk, nam Sophie de naam Catharina aan, als eerbetoon aan de moeder van tsarina Elisabeth. Het huwelijk werd gesloten op 21 augustus 1745, uiteindelijk werd er een zoon geboren: Paul, de latere tsaar Paul I op 1 oktober 1754. Peter nam geen enkele moeite om zich in te zetten voor Pauls opvoeding. Dit deed tsarina Elisabeth echter wel. Zij nam het kind bij Catharina weg, en voedde het op zoals zij dacht dat het goed was, als een echte troonopvolger en als een achterkleinzoon van haar vader, tsaar Peter I.
In de eind jaren van 1750, begon de gezondheid van Elisabeth te verslechteren. Ze begon te lijden aan een reeks van duizelige momenten en weigerde de voorgeschreven medicijnen te accepteren. Zij verbood het woord "dood" in haar aanwezigheid. Uiteindelijk op 25 december 1761 stierf de tsarina. Ze werd bijgezet in de Sint Petrus en Pauluskathedraal in Sint-Petersburg op 3 februari 1762. Haar dood betekende het einde van de Russische Romanovs. Ook al noemden alle toekomstige tsaren zich Romanov, echter was alleen Peter III een Romanov, de anderen waren afstammelingen van de Duitse Catharina II.
Peter III Fjodorovitsj
Peter III regeerde slechts zeven maanden. Hij voerde enkele hervormingen door, zoals de afschaffing van foltering, de nationalisatie van kloosterbezit en een tolerantiewet. In zijn blinde verering van Frederik de Grote en Pruisen besloot hij de garderegimenten in Pruisische uniformen te steken en Pruisische vormen van exercitie op te leggen. Hoewel Rusland in oorlog was met Pruisen, koesterde Peter een grote vriendschap voor Frederik de Grote, en sloot hij een ongunstige vrede met Pruisen, zeer tegen de zin van de groep legerofficieren rondom Catharina. Na terugkeer van een oorlogscampagne in Denemarken werd Peter door deze groep gedwongen om ten voordele van Catharina afstand te doen van de troon. Catharina leidde de coup en de tsaar werd afgezet. Zes maanden later werd Peter gedood door Aleksej Orlov, de jongere broer van Catharina's minnaar Grigori. Dit leidde tot speculaties dat Catharina opdracht gegeven zou hebben tot de moord op Peter. Na zijn dood gaf de Donkozak Jemeljan Poegatsjov zich voor hem uit en leidde een opstand tegen tsarina Catharina de Grote in de Wolga- en Oeralregio's in 1773 en 1774.